Uien in Zeeuws-Vlaanderen

40

De ui (Allium cepa)

De onbetwiste nummer 1 in de top 10 van meest gegeten groente is in Zuid-Nederland en Vlaanderen ook wel bekend als (a)juin. In Zeeuws-Vlaams zeggen we jûûn. De ui wordt wereldwijd in al zijn verschillende gedaantes gegeten en mag gerust een echte allrounder genoemd worden. Bijna alle uisoorten hebben een sterke smaak en geur, die echter vermindert bij verhitting. Qua uiterlijk is de ui onmiskenbaar een bolgewas en hebben de meeste soorten één of meer papierachtige buitenste rokken om een gelaagde kern.

Teelt en seizoen

Zoals hierboven al gezegd; de ui is, net als o.a. de prei, bieslook, knoflook en de sint-jansui een bolgewas. Bolgewassen slaan voedsel op in een bol onder de grond die de winter overleeft. Ze bevatten veel suiker, waardoor ze niet snel doodvriezen en lang zonder voedsel kunnen. Dankzij deze ondergrondse voedselvoorraad  zijn de bolgewassen in de lente de eerste planten die boven de grond komen. Het eerste jaar wordt uit het zaadje de bol gevormd, in het tweede jaar gaat de plant bloeien om zich voort te planten. Bij de teelt van uien in Nederland en Vlaanderen zijn o.a. de volgende teeltwijzen te onderscheiden: 

De teelt van zaaiuien gebeurt op akkerbouwbedrijven en vindt voornamelijk plaats in Zeeland, Noord-Groningen, Noord-Friesland, Flevoland, Zuid-Holland en Noord-Holland. Ze worden vanaf de tweede helft van maart tot de eerste helft van april gezaaid. De oogst vindt afhankelijk van het ras plaats in augustus of september. De laat geoogste uien worden meestal bewaard. De buitenste rok droogt in tot een droge, strogele huid, die de bol tijdens de bewaring beschermt. Op beperkte schaal worden er ook rode uien geteeld.

De eerstejaars plantuien zijn kleine uitjes van 8–21 mm doorsnede, die na bewaring gedurende de  winter in het daarop volgende jaar worden uitgeplant voor de teelt van plantuien, ook wel tweedejaarsuien genoemd. Deze worden in februari of maart uitgeplant en geoogst vanaf begin juli tot half augustus.

In Zeeuws-Vlaanderen zijn uien uit de streek het hele jaar door verkrijgbaar.

Uiensoorten

De gele ui behoort net als prei, knoflook en bieslook tot het geslacht Allium, ofwel de uienfamilie en is tevens het meest bekende familielid. De gele ui heeft een goudgele schil en is wit van binnen. Het vruchtvlees is stevig en heeft een pittige smaak. Wanneer je de gele ui bakt, wordt hij minder scherp en een stuk zoeter. De witte ui is daarentegen een erg scherpe ui met een iets zoetere smaak dan de gele ui. De witte ui is wat scherp om rauw te eten, maar is ideaal om bijvoorbeeld mee te bakken. Doordat deze ui niet karamelliseert in de oven, is deze ui perfect voor op de pizza. De rode ui leent zich prima om rauw te eten. Onder zijn dieprode, bijna paarse, schil huist een knapperige en lichtzoete smaakmaker die bij het snijden minder tranen veroorzaakt dan zijn gele en witte familieleden.

- campagne -

De sjalot is een klein, ovaal uitje met een gele of rode schil. De sjalot is een uiensoort die bekend staat om de verfijnde smaak. Sjalotjes zijn kleiner dan gewone uien en groeien in trossen van knolletjes en zijn zoeter van smaak. De banaansjalot dankt zijn naam aan de langwerpige vorm. Door de sjalot te verwarmen komt er een heerlijke zoete smaak naar boven. De lenteui is een jonge, nog onvolgroeide geboste ui met blad. De smaak is mild, een beetje prei-achtig en de lenteui leent zich prima om rauw te eten. Er zijn bolvormende en niet-bolvormende rassen en ook het blad kan, in tegenstelling tot de ‘hardschillige buitenrok’ van andere uien, gegeten worden. Voor de teelt kunnen zaaiuien worden gebruikt, die het jaar ervoor dik gezaaid worden. De kleine uitjes worden vervolgens in het voorjaar geplant en als het loof voldoende ontwikkeld is, worden ze geoogst. 

Culinair

De ui is een echte culinaire allrounder; de mogelijkheden zijn eindeloos! Geef ‘m eens een hoofdrol;  rauw, gekookt, gegrild, gestoofd, gebakken, gepoft, ingelegd in zuur, als compote, uiensoep, of als chutney. Maar natuurlijk is een bijrol ook denkbaar; ui is een smaakmaker in stoverij, sauzen, soepen. Net zo’n culinaire allemansvriend als prei, wortel en knolselder.

Irritatie

Uien prikkelen (letterlijk) de zintuigen. De tranende ogen en loopneus bij het snijden van uien is te danken aan het vrijkomen van zwavel dat op zijn beurt weer reageert op water (en dus ook oogvocht). Deze chemische reactie creëert een zwavelverbinding die ervoor zorgt dat je ogen geïrriteerd raken en beginnen te tranen. Het komt er dus op aan om zo weinig mogelijk zwavel te laten ontsnappen! Dat kun je voorkomen door uien in de koelkast te bewaren of door ze onder water te schillen. Overigens wekken niet alle soorten uien een dergelijk sterke reactie op. Zo zijn ook niet alle soorten uien even scherp van smaak en kun je sommige soorten zelfs prima rauw eten. 

Bewaren

Bewaar uien op een koele, donkere en droge plaats buiten de koelkast. Zo zijn ze enkele weken te bewaren. In een goed gesloten plastic zakje of bakje kun je stukjes ui tot 3 maanden in de diepvries bewaren, bij een temperatuur van minimaal -18°C.

Leuk weetje!

De ui is familie van de narcis; ook een bolgewas!  

Bronnen: Wikipedia, Veggipedia, Culi Advies

-advertentie-

-advertentie-

Dit vind je vast ook leuk: